De laatste bergrit in de Ronde van Italië is een prooi geworden voor Tadej Pogacar. De rozetruidrager reed op de laatste beklimming van de Monte Grappa weg bij de andere klassementsrenners en boekte zo zijn zesde ritoverwinning van deze Giro. Valentin Paret-Peintre werd tweede, Daniel Felipe Martínez derde. De klassementsrenners moesten op de zaterdag voor Rome nog één keer flink aan de bak in de Giro d’Italia. De twintigste rit telde namelijk 4.200 hoogtemeters en bevatte een tweevoudige passage over de gevreesde Monte Grappa (18.1 km à 8.1%). De finish lag na 184km beneden, in Bassano del Grappa.
Laatste kilometers. Slachtoffers vielen toen Rafal Majka, ploegenoot van Pocagar, op kop kwam en eens op de pedalen ging staan. Onder meer Geraint Thomas kreeg het lastig. De Brit liet een gaatje, waardoor Majka, Pogacar, Daniel Felipe Martínez, Antonio Tiberi en Einer Rubio wegreden. Enkel Michael Storer kon de bres nog dichten, onder meer Ben O’Connor en een Thymen Arensman moesten ook passen. Na nog een tussenversnelling van Majka, zette Pogacar op 5,4 kilometer van de top zijn aanval in. Iets meer dan vijfhonderd meter later raapte hij Pellizzari op. De rozetruidrager gaf aan de jongeling het sein dat hij zich in het wiel moest nestelen. De Italiaan kon zo nog even profiteren van de slipstream van Pogacar, maar 3,5 kilometer voor de top moest hij de ontketende Sloveen laten gaan. Pogacar begon aan een solo van 34 kilometer.
Op de top van de Monte Grappa had Pogacar een voorsprong van bijna twee minuten op de eerste achtervolgers: Martínez, Rubio, Tiberi en Pellizzari, die nog als tweede boven wist te komen. Het kwartet Thomas, Storer, O’Connor en Valentin Paret-Peintre volgde door het werk van laatstgenoemde niet veel later. In de afdaling had Pocagar alle tijd om uiteindelijk te zegevieren. Hij boekte zijn zesde ritzege van deze ronde en breidde zijn voorsprong in het algemeen klassement nog wat verder uit.

